Muren bepleisteren in 6 stappen
Hieronder ziet u hoe een stukadoor een binnenmuur bepleistert. Ook als u het niet zelf doet, helpt het om te weten wat er gebeurt en waarom elke stap telt.
1. De ondergrond beoordelen
Elke muur is anders. Nieuwe snelbouwsteen zuigt anders dan oude baksteen, beton of een muur waar nog oude pleister op zit. Een stukadoor kijkt eerst naar:
- zuiging: hoe snel de muur vocht opneemt;
- stabiliteit: loszittende stukken, zanderige voegen of oude pleister die hol klinkt;
- vocht: natte plekken, zoutuitbloeiingen of schimmel wijzen op een vochtprobleem dat eerst opgelost moet worden;
- vlakheid: hoeveel er bijgewerkt moet worden om een rechte muur te krijgen.
2. Voorbereiden en afschermen
Vloeren, ramen, deuren en stopcontacten worden afgedekt. Losse delen worden verwijderd, stof wordt weggeborsteld en grote gaten of sleuven worden vooraf opgevuld. Op hoeken komen hoekprofielen, zodat ze recht en stevig blijven.
3. Een hechtprimer aanbrengen
Afhankelijk van de ondergrond komt er een voorstrijkmiddel of hechtprimer op de muur. Sterk zuigende stenen krijgen een product dat de zuiging regelt, gladde ondergronden zoals beton krijgen een hechtlaag met korrel. Wie deze stap overslaat, loopt het risico dat de pleister te snel uitdroogt, barst of loskomt.
4. De pleister aanbrengen
De gipspleister wordt met de hand of met een machine aangebracht. Met een rei of lat trekt de stukadoor de laag vlak. Bij nieuwbouw ligt meestal één laag van ongeveer een centimeter, maar bij scheve of oude muren kan het nodig zijn in twee keer te werken.
5. Afwerken: schuren, sponzen en glad zetten
Wanneer de pleister begint aan te trekken, wordt hij bijgewerkt en glad gezet. Dat moment juist kiezen vraagt ervaring: te vroeg en u trekt de laag kapot, te laat en hij is al te hard. Dit is precies de stap waar het verschil tussen doe-het-zelf en vakwerk het duidelijkst zichtbaar wordt, zeker in strijklicht.
6. Laten drogen
Gipspleister moet volledig uitdrogen voor er geschilderd of behangen wordt. Hoe lang dat duurt, hangt af van de laagdikte, de temperatuur en de ventilatie. Goed verluchten helpt, maar vermijd harde tocht en droog niet geforceerd met warmtekanonnen: dan kan de pleister scheuren. Een droge pleisterlaag heeft één egale, lichte kleur zonder donkere vlekken.